salva sanchis

Notities over choreografie en muziek.

Salva Sanchis & Peter Lenaerts

nota’s over de choreografie

De creatie van “now h e r e” volgde twee sporen. Deze sporen zijn onafhankelijk van elkaar en zelfs tegenovergestelden op vele wijzen, maar zij beïnvloedden elkaar gedurende het hele proces.

De twee sporen worden zichtbaar in beide delen van de voorstelling.

Eerste deel

In de projecten ter voorbereid van “now h e r e”, gebruik ik een specifiek systeem om bewegingsmateriaal te genereren. Dit materiaal is improvisatorisch, wat wil zeggen dat de bewegingen meer op principes dan op vormen gebaseerd zijn. Daardoor kunnen ze op vele manieren uitgevoerd worden maar behouden ze altijd hun kenmerkende specificiteit.

Op zoek naar een vocabularium zonder vastgezette bewegingen, werd ik geïnspireerd door het voorbeeld van de vroege “Commedia dell’arte” improvisatoren. Zij werden experten op het bied van improvisatietechnieken in hun zoektocht naar vernieuwing die nodig was om hun publiek blijvend te verleiden. Zij ontdekten dat een groot vocabularium op zich niet voldoende was; het vocabularium herhaalde zich vroeg of laat en het publiek was niet meer verrast. In plaats van te improviseren met het vocabularium, speelden ze meer met het aanpassen en vernieuwen van de manieren waarop vocabularium wordt gegenereerd met als gevolg dat het vocabularium bijna oneindig werd.

Op dezelfde wijze leer ik mijn dansers niet mijn vocabularium aan, maar het systeem waarop vocabularium gegenereerd wordt, zodat ze zelf bewegingen kunnen uitvinden binnen hetzelfde systeem.

Een selectie van dit materiaal wordt in het eerste deel van de compositie uitgevoerd. Feitelijk improviseren de dansers maar zij doen dat binnen zeer strikte regels. Ze spelen met de spanning tussen de ideale versie van het materiaal (dat afwezig is) en de feitelijke uitvoering (die aanwezig is).

Tweede deel

Het tweede deel werd ontwikkeld met een verschillende benadering van the idee “afwezigheid”. Hier wordt elke beweging gezien als een referentie naar een ander beweging die elders plaatsvindt. Door de ‘originele’ beweging uit het beeld te halen (of ergens in de afbeelding te verstoppen) accentueren we de verbinding tussen de twee resulterende bewegingen. Het is met andere woorden net omdat het verbindende element niet zichtbaar is dat we de verbinding sterker opmerken.

Het uitvoeren van deze ensemble logica vraagt een bijna omgekeerde focus van de uitvoerder vergeleken met het eerste deel en het biedt ook een andere focus aan de toeschouwer. De dans in dit deel wordt gemotiveerd door externe bronnen (die echt zijn maar niet zichtbaar) en het gaat dus expliciet over een interactie. Omdat ook de gewone timing van interactie weggenomen is (namelijk de tijd, die nodig is voor actie en reactie, oorzaak en effect, is weggenomen en alle verbindingen gebeuren synchroon), functioneert de groep als een groter individu.

De twee delen als een paradox

In het eerste deel van de voorstelling is er geen directe interactie tussen de uitvoerders en worden de connecties tussen de bewegingen gemaakt door de toeschouwer, zonder dat ze door de uitvoerder worden opgedrongen. Elke beweging heeft zijn eigen logica. Het idee is dat hoe onafhankelijker de beweging wordt uitgevoerd, hoe duidelijker de relatie is. Zodoende wordt een aanvankelijk impliciete relatie het feitelijk hoofd thema. Individualiteit creëert vergelijking creëert verbinding.

In tegenstelling daarmee wordt in het tweede deel elke beweging tegelijkertijd verbonden met iemand ander’s beweging. In die synchroniciteit worden de verschillende posities duidelijk. In dit geval is de verbinding expliciet; het wordt niet in vraag gesteld en daardoor krijgt het individu meer de aandacht dan de groep. De bewegingen van elke danser worden pas relevant omwille van hun relatie met het geheel. De verbinding creëert vergelijking creëert individualiteit.

We geven het publiek de bewegingen vrij te lezen binnen een continu veranderend landschap van interacties zodat het eigen associaties kan maken. Maar we brengen het idee van interdependentie tussen groep en individu op de voorgrond. Via de waarneming van twee gespiegelde relaties tussen individu en groep, herinneren we onszelf aan het feit dat het ene niet zonder het andere kan bestaan.

Salva Sanchis

 

nota’s over de muziek

Het begint in Chillagoe, een klein bijna spookstadje in het tropische noorden van Australië waar ik een locatie opname maakte op een kerkhof. Je kan er alleen wind horen, een paar vogels en twee auto’s. Daarnaast is de opname zo goed als stil en leeg. Dood, als het ware. Er valt letterlijk bijna niets noemenswaardig (sic) te horen of beluisteren. Deze afwezigheid van geluid geeft het net een spookachtige en boeiende kwaliteit.

Vervolgens nodigde ik vier muzikanten uit voor opnames bij Auckland in Berlijn. De opname werd voor hen afgespeeld met de vraag om met dit niets in dialoog te treden.  Ze werden gevraagd heel goed te luisteren en zo uitgedunt en exact mogelijk te spelen. Ze mochten niet spelen als ze niet precies wisten wat ze zouden spelen. Hun instrumenten werden van zeer dichtbij met microfoons verbonden en wonnen zo hoogtonen zodat de kleinste geluiden hoorbaar werden.

Naast de Chillagoe opname, gaf ik hen vier andere stukken : een met een andere locatie opname en drie originele muziekcomposities, één voor baritongitaar, een voor een cellokwartet en een derde voor sinusgolven.

De vier muzikanten speelden nooit tezamen tijdens deze sessies. Ze konden alleen de originele versie horen die ik hen gaf én hun eigen respons.

Wanneer ze allen de vijf stukken gespeeld hadden, kon ik achteraf gemakkelijk alle opnames synchroniseren en zo de virtuele maar feitelijk partituur creëren.

In dit proces werd ik aangetrokken door de afwezigheid van auteurschap. Niemand kan zich de componist noemen van dit stuk, maar het is ook geen samenwerking tussen een groep noch een improvisatie. De muzikanten speelden immers nooit tezamen. Mijn rol staat uiteindelijk dichter bij die van een editor dan van een auteur.

Ik heb deze tien uur van opnames gebruikt om een muziekstuk te creëren voor “now  h e r e”. Ik begon met het wegnemen van de originele compositie om een afwezig element te creëren, net zoals in de dans. Tijdens een periode van maanden groeiden de vijf composities tezamen met en in een nauwe relatie met de choreografie. Het resultaat is een muziekstuk dat compositie noch improvisatie is, maar iets dat continue gebeurt, nu en hier.

Peter Lenaerts