salva sanchis

The Organ Project

Salva Sanchis & Bernard Foccroulle

2008

De samenwerking tussen choreograaf/danser Salva Sanchis en componist/organist Bernard Foccroulle, ex-directeur van de Munt en directeur van Festival International D'Art Lyrique of Aix-en-Provence, werd voor het eerst opgevoerd in oktober 2008.

In dit voortgezette project speelt Bernard Foccroulle een repertoire van solo-orgelcomposities. Salva Sanchis brengt zijn groep dansers mee voor een ontmoeting tussen dans en muziek op specifieke locaties, met het orgel als muzikaal en architecturaal middelpunt.

Het muziekrepertoire behelst stukken van Bach, Buxtehude, Schlick, Berio en Foccroulle zelf. Voor elk stuk muziek bereidt Salva een specifiek choreografisch voorstel voor. Het dansmateriaal komt uit de groepsstukken van Salva en wordt naargelang van het karakter van de muziek omgebogen of getransformeerd.

Het resultaat is een samenspel tussen dans en muziek, compositie en improvisatie, oud en nieuw.

 

Door de eeuwen heen kende orgelmuziek diverse en verrijkende uitwisselingen met andere kunstvormen zoals dans en beeldende kunst. Ook in het werk van Bernard Foccroulle is de samenwerking met andere kunstvormen een belangrijk aspect. Voor The Organ Project nodigde hij choreograaf Salva Sanchis uit om een voorstelling te maken met dans op het repertoire van barok en hedendaagse orgelmuziek. Het resultaat is een samenspel tussen dans en muziek, compositie en improvisatie, oud en nieuw.

Het orgel is een uitgebreid instrument met vele stemmen. In The Organ Project staat het collectief lichaam dat de vier dansers samen vormen tegenover dit gelaagde instrument. Daarom koos Sanchis ervoor geen confrontatie als dusdanig aan te gaan met het orgel, maar een gelijklopend lichaam te presenteren waarbij het contrapunt zich meestal bevindt in de bewegingen zelf en slechts uitzonderlijk in de compositie van het bewegingsmateriaal.

Het vocabularium van bewegingen komt uit andere groepstukken van Salva Sanchis. Het wordt aangepast en vormt telkens nieuwe composities in relatie met het karakter van de muziek. De dans heeft een dubbele kwaliteit. Ze is zowel precies en accuraat als geïmproviseerd. De gedeelde ervaring van Sanchis’ dansers in andere projecten zorgt ervoor dat er een sterke communicatie plaatsvindt tussen hen op de scène. Zelfs al zijn hun bewegingen geïmproviseerd, het gedeelde vocabularium verenigt hen.

Dit is bijvoorbeeld het geval voor de Toccata in fa groot van Dietrich Buxtehude. De dansers improviseren en gebruiken de frasering van de muziek als inspiratie. Ze volgen, vergroten, verkleinen, of spiegelen elkaars bewegingen. Doordat ze dicht bij elkaar blijven en dankzij de strak gevolgde gelijklopende frasering vormen ze een grotesk lichaam dat door de diversiteit aan bewegingen een fascinerend geheel vormt. Dankzij de zelfverzekerdheid en de souplesse waarmee de gestructureerde bewegingsimprovisatie wordt uitgevoerd, overtuigen Foccroulle, Sanchis en zijn dansers je onmiddellijk van de hedendaagse relevantie van het samenspel van Buxtehude en deze dansvorm. Van een heel andere aard is de keuze om tijdens Fa-Si van Luciano Berio een radicalere relatie aan te gaan. De groep dansers blijft dicht bij elkaar maar beweegt zeer traag. Er is minder beweging maar net daardoor meer spanning in de relatie tussen de fysieke kracht en de impact van de orgelmuziek en de verstilling van de dansende lichamen. De confrontatie met de verstilling bevraagt welke mogelijkheden er zijn om een hedendaagse semiotiek toe te laten tot de zeer expressieve muziek van Berio.

In The Organ Project speelt ook de architectuur een zeer belangrijke rol. In eerste instantie is de hedendaagse danstaal, zowel qua vorm als vocabularium, een niet evident element in een vormelijk religieuze context. Sanchis wil deze relatie niet expliciteren maar wel ruimte geven aan de samenkomst van dans en muziek op een betekenisvolle, referentiële plek zonder deze referentie in de taal te laten doordringen. In de bewegingen zijn geen bedoelde verwijzingen naar christelijke taferelen terug te vinden. Ook de niet evidente fysieke relatie tussen de dansers en de muzikant wordt bepaald door de architectuur. Wanneer er omwille van de standplaats van het orgel geen direct contact is, moeten Foccroulle en de dansers op zoek naar een aanvoelen van hun relatie. Dit aftasten maakt The Organ Project tot een sensitief en spannend project. Telkens opnieuw zijn alle zintuigen nodig om dit geslaagde samenspel als voorstelling te beleven.

tekst: Griet Verstraelen

Credits

orgel: Bernard Foccroulle
choreografie: Salva Sanchis
dans:  Stan Dobak, Peter Savel, Manon Santkin, Salva Sanchis
productie: Kunst/Werk
met de steun van de Vlaamse Gemeenschap

Speeldata

  • 06/10/08 Toulouse
  • 20/04/11 Keulen
  • 14/09/12 Abdijkerk van Grimbergen / CC Strombeek-Grimbergen
  • 13/10/12 de Doelen, Rotterdam
  • 26/02/13 Philharmonie Luxembourg
  • 15/04/13 Rijkeklarenkerk, Brussel
  • 16/04/13 Rijkeklarenkerk, Brussel
  • 26/01/14 in het kader van Festival Pays de Danses/Théâtre de la Place, Orchestre Philharmonique Royal de Liège