salva sanchis

Recensie The Phantom Layer

Lieve Dierckx in Etcetera december 2013

SALVA SANCHIS: THE PHANTOM LAYER

13-11-2013

Choreograaf Salva Sanchis stapt aan het begin van The Phantom Layer laconiek in de rol van gastheer en kwijt zich voorbeeldig van die taak. Kort en helder tekent hij het kader van zijn nieuwste voorstelling uit: een uur en tien minuten zal ze duren en er zal geen muziek zijn, om zo de muzikaliteit van dans en dansers beter uit te lichten. Zijn duidelijkheid werkt bevrijdend. Even het eigen frame opbergen, samen met alle controle- en denkradertjes eromheen. Het volgende uur mag je gewoon hier zijn, toelaten, kijken naar wat zich voordoet.

Nadat Sanchis heeft gesproken, blijft het podium leeg. De stilte mag minutenlang de tijd nemen om als een warme, tastbare aanwezigheid de ruimte en de toeschouwers in te palmen. Alleen een zacht gezoem van lampen, een ademzucht, het geluid van een krakende stoel blijven over. Buiten valt weg, geen stemmen, schermen, straten, letters, voortgang meer. Op de witgekalkte achtermuur schemert, delicaat als een antiek fresco, een replica van het lege podium door. De ruimte maakt zich op voor wat komt.

Een wereld van mogelijkheden is wat Salva Sanchis ons hier in de naaktgestripte Labozaal van het STUK in geen tijd en met verbazend eenvoudige middelen voorzet. In het eerste halfuur scherpen drie dansers onze focus daarop aan. Eén voor één druppelen ze binnen. Stanislav Dobak gaat tegen een radiator zitten en registreert neutraal de aanwezigheid van het publiek, alsof we vanzelfsprekend deel uitmaken van zijn habitat. Even later wandelen Manon Santkin en Peter Savel de zaal in. De drie houden het voorlopig op dagelijkse bewegingen. Ze stappen rond, tasten een wand af, checken gehurkt de vloer. Het levert een schat aan mooie beelden op. Als ze in een driehoek tegenover elkaar komen te staan, kijken ze elkaar aan met geconcentreerde aandacht, zonder daar een bewegingsimpuls of verwachting aan te koppelen. Voorlopig mag zijn wat is. Zo laden ze de zaal op met open concentratie, even eenvoudig en direct als de choreograaf het hun voordeed. Je kan niet anders dan meegaan in hun sfeer.

Openheid, onmiddellijkheid, communicatie, leiden en laten leiden – niet toevallig zijn het ook de mogelijkheidsvoorwaarden voor een geslaagde improvisatie. En net daar wil Sanchis ons heen voeren. Terwijl improvisatie in dans vaak beperkt blijft tot het genereren van bewegingsmateriaal in werkprocessen, heeft Sanchis sinds zijn afstuderen aan P.A.R.T.S. in 1998 een lange zoektocht afgelegd naar parameters en scores voor solo- en groepsimprovisatie op het podium. Dans als pure, vitale beweging zonder conceptueel gewicht, zo ziet hij het graag.

In de geprojecteerde ruimte op de achterwand zijn intussen dezelfde drie dansers binnengekomen in transparante, haast immateriële versie. In de loop van de voorstelling worden laag na laag projecties toegevoegd, tot de dansers er meerdere keren ontdubbeld over elkaar en zichzelf heen bewegen – als een onderstroom van mogelijke keuzes of vluchtwegen voor de dansers op het podium. ‘Want het is een misvatting dat improvisatie gaat over niet-weten’, zegt Sanchis me achteraf. ‘Er worden voortdurend keuzes gemaakt en richting gegeven.’

Sanchis haalt zijn fascinatie voor improvisatie uit zijn ervaring als jazzsaxofonist. Een tiental jaar geleden leidde dat tot enkele choreografieën met Anne Teresa De Keersmaeker, waaronder Raga for a Rainy Season/A Love Supreme op Indische raga en westerse jazzmuziek. Sinds hij naar aanleiding daarvan in Parijs op het podium kon improviseren met jazzlegende Archie Shepp – voor een publiek van duizend toeschouwers, jawel – is hij zich in zijn werk steeds verder op improvisatie gaan toespitsen. In The Phantom Layer introduceert Sanchis ‘vast’ bewegingsmateriaal in een improvisatiesetting. Eén of twee dansers improviseren zo’n tachtig procent van de tijd op vast bewegingsmateriaal van de andere danser(s). In de overblijvende tijd improviseren ze alle drie samen. Verder heeft hij een eerdere parameter – samen beginnen en stoppen – losgelaten om te experimenteren met verschillende kwaliteiten van hechtheid in de choreografie.

Terug naar de Labozaal. De dansers gaan in versnelling en laten de afstand tussen hen in rekken en krimpen, zonder elkaar aan te raken. Van het specifieke improvisatieonderzoek voor de voorstelling merk ik als toeschouwer weinig, maar dat was ook niet de bedoeling. Wat zich wel voordoet, eens dit dansante tweede deel op dreef komt, is dat mijn aandacht gaat haperen. De magische ervaring van meegezogen worden in een gedeelde omgeving, verschuift naar samen met andere toeschouwers van op mijn stoel kijken naar wat zich ginder op het podium voordoet. Jammer, de zo zorgvuldig voorbereide ruimte waarbinnen de muzikaliteit van de dans optimaal tot zijn recht moest komen, lijkt vanaf nu gevangen binnen de driehoek van de dansers. Hoe dat komt is voer voor nadenken. Zijn de improvisatieparameters te beperkend, of vergen ze te veel concentratie van de dansers? Gaan de technische aspecten van het dansen ten koste van de muzikaliteit van de ruimte? Zou ik anders kijken als Sanchis in zijn intro even spitse info over die parameters had toegevoegd?

Tegen het einde breken de dansers uit in een gezamenlijk elan. Mooi, ze hebben me meteen weer bij de lurven. In een lang uitgesponnen afsluiter gaat hun beweging opnieuw in vertraging, dooft geleidelijk het licht en kantelt de projectie op de achterwand naar haar spiegelbeeld. De dansers zijn er verdwenen, hun rol van onderlaag uitgespeeld.

The Phantom Layer is helder geconstrueerd, genereert veel zuurstof en ook vragen. In de slipstroom van het gegeven improvisatie blijft de kracht bij van directe communicatie tussen maker en publiek. Sanchis doet nadenken over de spanning tussen openheid en verwachtingen, stilte en muzikaliteit, over de verhouding tussen ruimte, muzikaliteit en dans. Ze maakt nieuwsgierig. Ik wil graag opnieuw gaan, kijken welke fantoomlagen ze nog verbergt, deze parel in wording.

Gezien op 23 oktober 2013 in het STUK. De voorstelling is nog te zien op 15 november in Monty en op 18 december in de Kaaistudio’s.